Wesley (19) is moeilijk lerend en woont sinds kort in de crisisopvang. ‘Ik wist dat ik daar niet kon blijven en dacht: wat nu?’ Samen met zijn tante klopt hij aan bij MEE. Zijn verhaal is er één van vallen en weer opstaan.
Familie in zicht
‘Vanaf mijn tweede woonde ik in een instelling,’ vertelt Wesley. ‘Toen ik achttien werd, moest ik daar weg. Ik kwam terecht in een begeleid wonen-project, maar dat duurde maar een paar maanden. Ineens zocht mijn moeder contact. Ze wilde dat ik bij haar kwam wonen.’
Na jaren zonder contact belandde Wesley in Brabant, samen met twee halfzusjes en twee halfbroertjes. ‘Ik had nooit echt familie om me heen gehad. Het was bijzonder om een band op te bouwen. Dat hoopte ik ook met mijn moeder.’
Gelukkig belde mijn tante MEE. Ze luisteren goed en nemen me serieus. Dat is zó belangrijk.
Op straat gezet
Maar het liep anders. Na een jaar werden zijn broertjes en zusjes uit huis geplaatst. Wesley bleef achter. Zonder werk of opleiding zat hij de hele dag thuis. ‘Op het laatst was het alleen nog maar schelden en schreeuwen. Toen escaleerde het en stond ik op een koude winteravond ineens op straat. Met lege handen.’
Wesley kende niemand in Brabant. ‘Ik heb de hele nacht rondgelopen. Wat was ik blij toen het ochtend werd. Ik wist waar ik heen wilde: naar Bilthoven, daar woont familie. Ik reisde zwart naar Utrecht Centraal en liep daarna naar Bilthoven. Dat is echt ver, hoor. Het adres was ik vergeten, ik raakte verdwaald. Uiteindelijk belde ik ergens aan. Met Google Maps en mijn omschrijving vonden we het huis van mijn oom en tante. Na acht uur lopen belde ik aan. Ik was kapot, doorweekt, mijn voeten zaten onder de blaren.’
Een kamer en ritme
Wesley kon niet blijven bij zijn familie. Samen met zijn tante vond hij een plek in de crisisopvang van Youké. ‘Ik belde elke dag of er plek was. Nu heb ik mijn eigen kamer.’ Overdag gaat hij naar dagbesteding bij De Wilg. ‘Stilzitten is niks voor mij. Ik sport daar en zit in de kookploeg. Mijn specialiteit is vis.’
‘Ik wil graag een eigen leven opbouwen. Maar hoe dan? Gelukkig belde mijn tante MEE. Ze luisteren goed en nemen me serieus. Dat is zó belangrijk.’
Op weg naar zelfstandigheid
Carla Franssen, cliëntondersteuner bij MEE: ‘Wesley heeft een Wlz-indicatie en kan bij ons terecht. Hij weet goed wat hij wil en kan. We zoeken nu een woonplek met begeleiding, waar hij kan werken aan zelfstandigheid. Dat is meer dan je bed opmaken. Het gaat ook om sociale contacten, post regelen, niet verdwalen. En we kijken naar onderwijs en werk. Wesley wil graag wonen in een gewone wijk. Liefst met zijn kat Bollie.’
Een toekomst samen met Bollie
‘Bollie is mijn inspiratiebron,’ zegt Wesley. ‘Ze hielp me door een moeilijke tijd. Nu zit ze tijdelijk bij mijn oom en tante. Ik hoop dat we straks samen ergens terecht kunnen. Ik wil aan mijn toekomst bouwen. En eindelijk heb ik het idee dat het goed komt.’